De Koran draagt de moslims op om niet-moslims te behandelen met zachtaardigheid en weldadigheid, zolang zij de moslims niet vijandig gezind zijn.
    Allah zegt:

    لَّا يَنْهَاكُمُ اللَّهُ عَنِ الَّذِينَ لَمْ يُقَاتِلُوكُمْ فِي الدِّينِ وَلَمْ يُخْرِجُوكُم مِّن دِيَارِكُمْ أَن تَبَرُّوهُمْ وَتُقْسِطُوا إِلَيْهِمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ الْمُقْسِطِينَ

    ‘Allah verbiedt jullie niet om degenen die jullie niet omwille van de religie bestrijden en die jullie niet uit jullie huizen verdrijven, weldadig en rechtvaardig te behandelen.
    Zeker, Allah houdt van de rechtvaardigen.’
    [Koran (Soerat al-Moemtahanah) 60:8]

    In bovenstaand vers heeft de ‘weldadige behandeling’ een veel diepere betekenis dan slechts de goede behandeling.
    Imam al-Qaraafie definieerde het als volgt:

    ‘Mededogen voor de zwakkeren onder hen.
    Het voorzien van de behoeften van de armen onder hen.
    Het voeden van de hongerigen onder hen.
    Het kleden van degenen onder hen die geen kleding hebben.
    Het spreken van vriendelijke woorden met hen uit zachtaardigheid en barmhartigheid, niet uit vrees en onderdanigheid.
    Het verdragen van hun overlast als buren – terwijl wij bij in staat zijn om hen te verdrijven – uit vriendelijkheid tegenover hen, niet uit vrees of ontzag.
    Het verrichten van smeekbeden om leiding voor hen en dat zij zullen behoren tot de mensen van het geluk.
    Het adviseren van hen in al hun wereldse en religieuze zaken.
    Het opkomen voor hen in hun afwezigheid wanneer iemand iets kwaads over hen zegt.
    Het beschermen van hun bezit, familie, eer en al hun rechten en belangen.
    Het bijstaan van hen in het afweren van onrecht.
    Het verschaffen van toegang tot al hun rechten.’

    Bron: al-Foeroeq: 3/30

    © Vertaald vanuit het Arabisch door www.StichtingIslamIsMooi.nl