Toen ‘Oemar ibn al-Khattaab eens langs een huis liep, zag hij bij de deur ervan een bedelaar staan die aan het bedelen was.
    Het was een oude en blinde man.
    ‘Oemar vroeg hem: ‘Tot welke mensen van het Boek behoor jij?’
    De man antwoordde: ‘Ik ben een jood.’
    ‘Oemar vroeg: ‘Wat heeft jou aangezet tot datgene wat ik zie?’
    De man antwoordde: ‘Armoede en ouderdom.’

    Daarop nam ‘Oemar de man bij de hand, nam hem mee naar huis en gaf hem wat van zijn persoonlijke bezit.
    Daarna stuurde hij hem naar de bewaker van de schatkist en zei:
    ‘Zorg voor deze man en zijn soortgelijken.
    Wij hebben hem niet rechtvaardig behandeld door van hem te profiteren tijdens zijn jeugd en hem te verwaarlozen tijdens zijn ouderdom!’

    Bron: Kitaab al-Kharaadj van al-Qaadie Aboe Yoesoef (student van Imam Aboe Haniefah), blz. 136

    © Vertaald vanuit het Arabisch door www.StichtingIslamIsMooi.nl